Innovatie is geen R&D alleen

Innovatie is weer eens ‘hot’! Zo’n twee weken geleden publiceerde het Innovatie Platform het jaarlijkse voortgangsrapport over de Kennis- en Innovatieagenda (18 jan 2011). Uit het gegeven dat de Nederlands R&D uitgaven achteruitgaan concludeerde Alexander Rinnooy Kan dat de ‘Innovativiteit’ van Nederland nog veel te wensen over laat.  De week erna noemde Barack Obama (in de State of the Union)  ‘innovativiteit’ als de reddingsboei voor de tobbende economie van de Verenigde Staten.  Interessant is de tegenstelling in hun interpretatie van het begrip ‘innovativiteit’. Rinnooy Kan laat de betekenis van ‘innoverend vermogen’ samenvallen met investeringen in onderwijs, onderzoek en R&D, terwijl Barack Obama het heeft over het ‘vermogen om onszelf en ons land opnieuw uit te vinden’.  Waar het KIA indirect de schuld voor ‘het gebrek aan innovativiteit’ zoekt bij ‘de overheid’ of ‘de grote bedrijven’, spoorde Obama de Amerikanen aan om de innovativiteit vooral bij zichzelf te zoeken.

Je kunt van alles aanmerken op de speech van Obama, maar zijn definitie van innovativiteit is ‘to the point’! Innoveren betekent vernieuwen, herpositioneren, een nieuw begin maken.  Zolang het KIA innovatie blijf definieren als een ‘lab met techneuten’ gebruiken ze een maat die volgens mij met de innovatiekracht van Nederland niet direct verband houdt.

Ten eerste: R&D labs zijn belangrijk voor kennisbehoud en ontwikkeling, maar je kunt je afvragen of al die laboratoria eigenlijk wel zo innovatief zijn. Veel grote innovaties, denk bijvoorbeeld  aan Facebook, de iPhone, of zelfs Google, zijn niet zo zeer technische breakthroughs, maar eerder het resultaat van lateraal denken en een goede neus voor trends. Eigenschappen die we misschien meer ‘gamma’ of ‘alfa’ noemen. AT&T of IBM met hun grote R&D faciliteiten konden deze ontwikkelingen niet bijbenen. .

Ten tweede: de vaardigheid om slim in te spelen op de veranderingen op de markt is minstens zo innovatief als het hebben van een Nederlandse R&D afdeling. Nederlandse bedrijven als Philips en Unilever, die  hun blikveld naar de opkomende gebieden hebben gericht, geven invulling aan dat nieuwe speelveld door hun activiteiten (deels) te verplaatsen. De toenemende activiteit van Nederlandse ingenieursbureaus in de opkomende staten laat ook zien hoe je veranderingen als kans kunt zien Deze avontuurlijke kant van ‘de kenniseconomie’ kan minstens zo’n goede incentive zijn voor een technische studie als het vooruitzicht van een vaste baan in een corporate lab.

Tot slot (en misschien wel het belangrijkste): als we innovatie blijven afdoen als een beta kwestie sust het grootste van de bevolking  onterecht in slaap. Het ontwikkelen van onze nieuwe rol in de veranderende wereld gaat iedereen aan.  Het Innovatieplatform zou zijn naam eer aan doen door een discussie aan te zwengelen over de kansen en dilemma’s die de snelle verandering biedt in plaats van te  treuren over vergane glorie.

This entry was posted in innovatie, innovation, nederlands, R&D. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>